Echtscheiding

Indien u in gemeenschap van goederen bent gehuwd en er is sprake van een echtscheiding zijn er in principe drie situaties mogelijk met betrekking tot de echtelijke woning.

1. Directe verkoop van de echtelijke woning
Indien de verkoopprijs minus eventuele makelaarskosten hoger is dan de restschuldhypotheek, ontstaat er een eigenwoningreserve. U kunt dan in de toekomst te maken krijgen met de bijleenregeling.
 

2. Uitgestelde verkoop van de echtelijke woning
De belastingplichtige die in verband met een echtscheiding de woning verlaat, kan nog gedurende maximaal twee jaar na het verlaten van de woning, de woning fiscaal behandelen als eigen woning. Van belang is dat de ex-partner de woning als hoofdverblijf blijft gebruiken. Vanzelfsprekend geldt deze regeling alleen voor de voormalige echtelijke woning.

Door deze regeling kan de vertrekkende partner nog maximaal twee jaar de door hem zelf betaalde hypotheekrente aftrekken. Hij moet echter het relevante eigenwoningforfait vermelden bij zijn belastingaangifte. Maar hier staat tegenover dat hij dit als betaalde alimentatie (aan ex-partner) weer kan opvoeren als aftrekpost.

Voor het geval de vertrekkende partner gedurende deze tweejaarsperiode een andere woning koopt, kan hij naast de hypotheekrente en hypotheekkosten van de nieuwe woning ook de hypotheekrente van de voormalige echtelijke woning aftrekken. Als er met betrekking tot deze woning na twee jaar niets is gebeurd, valt de woning (als bezit) en de hypotheek (als schuld) in box 3.



3. Een van beide partners blijft in het pand wonen en koopt het deel van de ex-partner
De bestaande hypotheek kan meestal blijven bestaan of worden verhoogd. In dit geval kan ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid worden aangevraagd voor de vertrekkende partij.

  • Gehuwd in gemeenschap van goederen
    Indien bij de echtscheiding wordt afgesproken dat één partner in het huis blijft wonen en de andere partner “uitkoopt”, betaalt de achterblijvende partner de helft van de vrije verkoopwaarde minus de helft van de hypotheekschuld. Er is in dit geval geen overdrachtsbelasting verschuldigd over het deel dat wordt overgedragen. Een en ander moet echter notarieel worden vastgelegd in een zgn. “akte van scheiding en deling”.
  • Samenwoners/Op huwelijkse voorwaarden gehuwden
    Ook zij hoeven geen overdrachtsbelasting te betalen, mits de beide partners het huis indertijd samen hebben gekocht en de eigendomsverhouding binnen de verdeling 40 en 60% ligt.

Bijleenregeling
Indien de echtelijke woning wordt verkocht en de verkoopprijs minus eventuele makelaarskosten is hoger dan de restschuldhypotheek, ontstaat er een zogenaamde eigenwoningreserve. Dit beperkt de hypotheekrenteaftrek bij aankoop van een andere woning.

Voorbeeld:
Harry en Patricia hebben een woning met een vrije verkoopwaarde van € 350.000. De restschuld hypotheek bedraagt: € 260.000. De eigenwoningreserve voor elk van beiden is dus: (€ 350.000 -/- € 260.000)/2 = € 45.000.
Als Harry of Patricia nu voor de aankoop van een nieuwe woning € 245.000 moeten lenen, is er slechts renteaftrek mogelijk over € 245.000 -/- € 45.000 = € 200.000. Als echter Patricia in de woning zou zijn gebleven en haar deel aan Harry zou hebben verkocht, zou alleen Harry te maken kunnen krijgen met de bijleenregeling.